
Inleiding
Het zou tot de morele overwegingen van een advocaat of rechtshulpverlener moeten horen te weten hoever hij of zij kan gaan in de verdediging van de eigen klant. Of concreter: hoever mag hij of zij de wederpartij “onderuit” halen ten faveure van zijn eigen klant. Ik zal hier een voorbeeld bespreken waarvan ik persoonlijk vind dat de advocaat te ver is gegaan en de wederpartij meer dan nodig beschadigd heeft. Ik doel op het handelen van het advocatenechtpaar Knoops, mr. Carry Knoops-Hamburger en Geert-Jan Knoops, in de “Borsato-zaak”.
Juridisch
In de kwestie van Borsato gaat het over de vraag: is er voldoende bewijs van de aantijgingen jegens de verdachte. Heeft Borsato inderdaad een 15-jarig meisje onzedelijk betast?
In artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering staat het basisbeginsel van het bewijsrecht in het strafrecht: één getuige is géén getuige. Bij zedenzaken kan dat een groot probleem zijn. Bij het plegen van het delict zullen veelal geen getuigen aanwezig zijn. Als dan de verdachte hardnekkig ontkent, dan is er nog maar één getuige, te weten de verklaring van het slachtoffer. Daarbij wordt het in dit geval extra bemoeilijkt, omdat het gaat over situaties die spelen voordat het slachtoffer 16 jaren oud was.. Dat is voor de datum van 15 januari 2015.
Ook in het dossier van Borsato is de basis enkel de verklaring van het slachtoffer. Om nu toch tot minimaal 2 getuigenverklaringen te komen, is steunbewijs nodig. Dat steunbewijs moet uit een andere bron komen dan het slachtoffer zelf. Van zo’n steunbewijs kan wel sprake zijn als de getuigenverklaring een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de handelingen waar de verdachte van wordt beschuldigde of ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna. Maar daar is in de zaak van Borsato geen sprake van. De emotionele waarneming is van een veel latere datum. De rechter gaat in de uiteindelijke uitspraak uitgebreid in op alle mogelijke steunbewijs dat de officier van justitie heeft voorgedragen (1). Maar alle steunbewijs, het dagboek, de whatsapp-gesprekken, waarneming van emoties, zijn allemaal afkomstig van dezelfde bron, namelijk het slachtoffer.
Vrijspraak
Als er maar één getuigenbewijs is, is het feit strafrechtelijk niet bewezen. Als het feit niet bewezen is, dan gaat de verdachte vrijuit. Er volgt vrijspraak. Het gevolg is dat men dan snel denkt dat de verdachte onschuldig is. Dat de verdachte het niet gedaan heeft. Dat is echter een onjuiste conclusie. De verdachte kan het nog altijd weldegelijk gedaan hebben. Het is alleen niet te bewijzen.
Tussenconclusie
De rechtszaak had dus eigenlijk slechts één juridische invalshoek moeten hebben: wel of geen steunbewijs. Tussen officier van justitie en de verdediging van de verdachte had dus een strijd moeten plaatsvinden over het wel of niet aanwezig zijn van dat steunbewijs. De officier voerde een uitspraak van de Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege in strafzaken, aan, waaruit zou blijken dat de officier wel voldoende steunbewijs had. De verdediging had kunnen volstaan door te stellen dat de officier die jurisprudentie van de Hoge Raad verkeerd interpreteerde. Er was dan geen steunbewijs. De rechter had dan de knoop moeten doorhakken. Dat deed de rechter overigens ook. De rechter stelde dat de conclusie van de officier niet uit de jurisprudentie volgde. Dus geen steunbewijs (2).
Zitting
Tijdens de bewijsvoering op de zitting was de strategie van de verdediging vooral gericht op het in diskrediet brengen van de sfeer waarin Borsato jarenlang het gezin van het slachtoffer had bezocht. Er zou een vrije seksuele moraal hebben geheerst. Daarbij werden er allerlei negatieve verhalen over vooral de moeder, waarmee Borsato zelfs een seksuele verhouding had onderhouden, in de rechtszaal breed uitgemeten. Borsato werd zo afgeschilderd als slachtoffer van de gezinssituatie van de aangeefster. Terwijl juist de aangeefster het slachtoffer was. Er was geen enkele empathie vanuit de verdediging voor het slachtoffer. Wat die verhalen met de moeder en het slachtoffer deden vroeg de verdediging zich niet af. Alles voor een vrijspraak van Borsato.
Waarom deugt het niet?
Ten eerste zaten de moeder en het slachtoffer niet in de zaal. Ze konden het verhaal van Borsato niet tegenspreken. Dat deed de moeder wel in een interview in dagblad het Algemeen Dagblad. Daarin ontkende ze onder andere dat ze naakt zou hebben behangen of geschilderd en dat ze Borsato niet naar haar dochter, die naakt in bed lag, had gestuurd met een vette knipoog. Borsato was zelf naar de slaapkamer gegaan. Toen hij de slaapkamer in wilde gaan, zou de dochter gezegd hebben dat ze naakt was, ten teken dat hij niet zomaar de kamer binnen kon gaan. Borsato ging vervolgens wel naar binnen.
Het ergste, ten tweede, is echter dat in het strafrecht zo bedreven advocaten hadden moeten weten dat het belangrijkste verweer het aantal bewijzen is. Uiteraard is het daar ook over gegaan, maar de zwarte van het verweer lag erin het slachtoffer te beschadigen. Victim blaming. Het slachtoffer en de moeder van het slachtoffer werden de daders. Borsato het slachtoffer. Als de verdediging zich beperkt had tot het juiste juridische verweer zouden moeder en slachtoffer niet zo beschadigd zijn. Dus: een totaal overbodige verdediging. De rechter formuleert het zelfs als volgt in zijn vonnis: ”Het is – op de zitting en buiten de zitting om – ook wel gegaan over zaken die niet direct relevant zijn voor de beschuldiging waar het in deze zaak om gaat” (3).
Vervolg
Maar daar bleef het niet bij. De advocaten van Borsato verschenen in de media. Zo zaten ze na de zittingsdagen bij het praatprogramma Pauw & De Wit. Daar pleitten ze nogmaals voor het standpunt van “de heer Borsato” en werd de seksuele moraal in het gezin van het slachtoffer nogmaals benadrukt. Ook hier waren de moeder van het slachtoffer en het slachtoffer zelf niet bij. Ook de advocaat van de moeder en het slachtoffer was er niet bij om weerwoord te geven. De verdediging van Borsato kon dus vrijuit pleiten in het belang van Borsato, zonder wederhoor. Napleiten wordt dit in de advocatuur genoemd.
Maar ook daar bleef het niet bij. Carry Knoops, één van de advocaten van Borsato, verscheen kort na het vonnis voor de camera van RTL Boulevard en zei letterlijk in de microfoon: “Mensen kunnen zich niet voorstellen wat het met een mens doet als je valselijk beschuldigd wordt. Hoe kun je iets bewijzen dat niet gebeurd is? Dat is het allerergste wat je kan overkomen, behalve doodgaan”. Wederom geen enkele empathie voor het slachtoffer. Misschien is het nog wel erger om slachtoffer te zijn van een zedendelict dat je niet kunt bewijzen. Maar de uitspraak van Carry Knoops is ook een flagrante leugen. Borsato is niet valselijk beschuldigd. De rechter zegt namelijk nergens in het vonnis dat de verklaring van het slachtoffer onbetrouwbaar zou zijn. Iets dat de rechter wel moet controleren. Daarbij zegt een vrijspraak niet, dat het tenlastegelegde feit niet gepleegd is. Het zegt alleen dat het onvoldoende te bewijzen is.
Kortom
Hoever moet je gaan in de verdediging van je klant? Zijn er geen morele grenzen daar waar je de wederpartij onnodig beschadigt? Moet je ook niet zorgvuldig en respectvol en empathisch zijn, zeker in zedenzaken, naar het slachtoffer als je de verdachte verdedigt? Ik zou zeggen dat je je als advocaat moet beperken tot de juridische argumenten die juridisch voordeel opleveren voor je klant. Het onnodig beschadigen van een kwetsbare wederpartij, zeker in zedenzaken, is immoreel. Dat is in deze zaak wel degelijk door de verdediging gedaan (5).
Naschrift
Uit de media vernam ik dat de advocaten C.Knoops-Hamburger en G.J Knoops ook de verdediging ter hand hebben genomen van de eigenaren van het bedrijf dat de Stint geproduceerd heeft. Zeven jaren geleden gebeurde er een vreselijk ongeluk met de Stint bij een spoorwegovergang in Oss. Daar kwamen vier jonge kinderen om het leven. In de Stint-zaak hanteert de verdediging van de verdachten dezelfde tactiek als in de Borsato-kwestie. Vrijspraak pleiten voor de klant door aan te geven dat de bestuurster van de Stint vooral schuld had aan het ongeval. Zij zou niet gerend maar juist gas gegeven hebben. Uit de verdediging volgt wederom geen enkele empathie met de bestuurster. De bestuurster wier leven toch al een flinke deuk heeft gekregen met een schuldgevoel aan de dood van de vier kinderen. Je maakt haar leven nog meer stuk door haar de schuld in de schoenen te willen schuiven. Weliswaar noemt advocaat G.J. Knoops het “kwetsend” dat het Openbaar Ministerie suggereert dat de verdediging de schuld bij de bestuurster van de Stint wil leggen. Volgens hem is dat nadrukkelijk niet het geval. Maar het verweer lezend kan ik niet anders concluderen dat zonder ook maar enige empathie naar de bestuurster bij haar de schuld gelegd wordt. In de verdediging wordt ook gezegd dat het Openbaar Ministerie te weinig empathie gehad zou hebben met de verdachten. Vervolgens toont de verdediging ook te weinig empathie met de bestuurster (6).
- Rechtbank Midden-Nederland 4-12-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6495
- Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BS7910
- Algemeen Dagblad 27 november 2025
- Overweging 4.3
- Het kantoor Knoops’ Advocaten ligt toch al enige tijd onder vuur. Oud-medewerkers vertelden over een onveilige werksfeer bij het kantoor. De term ‘schrikbewind’ viel al. Er is ook een klacht tegen het kantoor ingediend vanwege exorbitant declareren in een strafzaak (€ 215.000, -) terwijl collega-advocaten, die de zaak hebben overgenomen, spreken over een evident kansloze processtrategie die door het kantoor gehanteerd is. Klanten zouden ook de verwachting hebben dat het echtpaar de zaak zou doen, terwijl de zaak uiteindelijk door een advocaat-stagiair behandeld werd.
Parool 16 mei 2025; Advocatie 19 mei 2025; Mr. Online 19 mei 2025; Volkskrant 20 mei 2025; Advocatenblad online 21 mei 2025. - Algemeen Dagblad d.d. 15 en 16 december 2025.




No Comments