Blog Kritisch denken

Hulp of geen hulp?

Inleiding
In een richtlijn (1) van de Israëlische regering worden verplichtingen opgelegd aan hulporganisaties voor Gaza en de Westelijke Jordaanoever (of Judea of Samaria zoals Israël de Westelijke Jordaanoever in de richtlijn noemt). De hulporganisaties worden verplicht aan de Israëlische regering vergaande persoonsgegevens te verstrekken over hun medewerkers die ze in de genoemde gebieden tewerk willen stellen. Het betreft gegevens over paspoort, geboorteland, adressen, telefoonnummers, plaats van verblijf etc. Er wordt ook gevraagd naar een CV. Hoever dat CV moet gaan is niet duidelijk. Maar het blijft niet bij de persoonsgegevens van de werknemers alleen. Het moet ook gaan om dezelfde gegevens van “family members”. Hoever het begrip family member wordt uitgerekt is ook niet helemaal duidelijk: gaat het enkel om alle gezinsleden of ook familieleden.

Doel
Het doel van de Israëlische regering is streng te controleren op de hulpverleners. Wijzen de gegevens ook maar enigszins in de richting dat de betreffende hulpverlener geen “fan” van Israël of het Jodendom is, dan wordt de hulpverlener geweigerd. Maar waar precies de grens ligt van voldoende “fan” of nog juist niet, wordt niet duidelijk. Ben je al voor de regering van Israël niet te vertrouwen als je een LinkedIn-bericht over Gaza geliket hebt? Of als je partner dat ooit een keer heeft gedaan? Je bent dus afhankelijk van de “grillen” van die Israëlische regering. Of ook de hulporganisatie dan geweigerd kan worden blijft in het ongewisse.

Algemene Verordening Gegevensbescherming
Omdat de hulpverleningsorganisatie zoveel persoonsgegevens moet verzamelen en moet doorgeven aan de Israëlische regering, persoonsgegevens worden immers geautomatiseerd verwerkt, was de vraag van de hulpverleningsinstantie of zij niet in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zou handelen. De organisatie vroeg een spoedadvies aan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de nationale organisatie die waakt over de AVG.

Spoedadvies
De AP heeft inmiddels een spoedadvies gegeven. Helaas is de uitspraak niet gepubliceerd (2). De reden daarvoor is dat de AP vreest dat wanneer zij, ook geanonimiseerd, de uitspraak publiceert, Israël kan achterhalen welke organisatie de aanvraag heeft gedaan en daaruit de conclusies kan trekken die Israël geraden voor komt, namelijk weigeren toegang te verlenen om hulp te bieden. We moeten het helaas doen met een perspublicatie (3).

Overwegingen
Er volgen uit het persbericht, naar mijn mening, drie redenen waarom hulporganisaties in problemen komen als ze de persoonsgegevens registeren en doorgeven. De AP noemt het “klem komen te zitten”. De eerste reden is de rechtsgrond. Wil je namelijk persoonsgegevens verwerken dan moet je een in de wet genoemde rechtsgrond hebben. In dit geval zou het de noodzakelijkheid voor een gerechtvaardigd belang kunnen zijn, namelijk de hulp in Gaza of de Westelijke Jordaanoever. Deze grond vergt een strenge noodzakelijkheidstoetsing. Deze toetsing vraagt om een evenredigheid tussen het doel, de hulpverlening, en het middel van het schenden van de privacybescherming van de medewerkers. Ik schat in dat gelet op de grote hoeveelheid aan gegevens van niet alleen de hulpverleners, maar ook van gezins- of familieleden de AP gezegd heeft dat de proportionaliteit is geschonden. Het verstrekken van de grote hoeveelheid gegevens en daarmee de privacyschending staat in geen enkele verhouding met het doel van de hulpverlening. Als alleen de gegevens van de hulpverleners gevraagd zouden worden, dan zou het mogelijk anders zijn.

De tweede reden betreft de gegevens die blijken uit het verstrekken van het paspoort. Op de site van de AP geeft deze aan dat een foto op een paspoort een bijzonder persoonsgegevens kan zijn (4). Je kunt er immers iemands ras of etniciteit uit afleiden. En op grond van artikel 9 van de AVG mag je geen bijzondere persoonsgegevens registreren. Weliswaar zijn er uitzonderingen. Maar die uitzonderingen in artikel 9 lid 2 AVG en in de Uitvoeringswet AVG gelden niet voor deze situatie van ras en etniciteit. Er zou wel een uitzondering kunnen zijn als Israël enkel de pasfoto ter identificatie zou gebruiken, maar gelet op de verdere intenties in de richtlijn van de Israëlische regering worden de gegevens gebruikt om meer dan enkel identificatie.

Dan komen we ook meteen op de derde reden: wat doet Israël met die gegevens? Ten eerste gebruiken ze de gegevens om te controleren of je vriend of vijand bent van Israël. Neigt het tot vijandschap, of liever je bent niet meteen een vriend, dan mag je geen hulp verlenen. Maar wat er verder met de gegevens gebeurt, is onbekend. Gebruiken ze de gegevens voor verder onderzoek om te achterhalen wie er allemaal vijanden van Israël zijn? Gaat ze het gebruiken als gezichtsherkenning bij de Israëlische grens? Of in het geval je gebruik zou maken van El Al Airlines, de Israëlische luchtvaarmaatschappij? Israël biedt nu momenteel niet de meest vertrouwenwekkende regering om al die persoonsgegevens zo maar aan te verstrekken.

Conclusie
De AP komt uiteindelijk tot de conclusie dat mogelijk de AVG wordt overtreden (5). De hulporganisatie wordt aanbevolen de persoonsgegevens niet te registreren. Daar blijft het niet bij. De AP vraagt in een ambtsbericht het ministerie van Buitenlandse Zaken om aan Israël te vragen de registratieplicht van hulpverleningsorganisaties aan te passen. Gelet op de houding van dit ministerie ten opzichte van Israël valt daar echter weinig van te verwachten. En als het ministerie wel actie zou ondernemen, zou de Israëlische regering zich daar toch weinig aan gelegen liggen. Ook wil de AP de Israëlische privacytoezichthouder verzoeken zich uit te spreken over de richtlijn. Of je daar iets van mag verwachten is ook zeer de vraag. Tot slot wil de AP de Europese Commissie inschakelen, maar gelet op de verschillende politieke standpunten ten opzichte van Israël binnen de EU zal dat ook weinig heil brengen.

Ethisch dilemma
Je zult dus maar hulpverleningsinstantie zijn en graag hulp willen verrichten in Palestijns gebied. De kans dat je hulpverleners, juist omdat ze in Gaza en de Westelijke Jordaanoever graag hulp willen verlenen, de Palestijnen een warm hart toedragen is groot. De kans om als hulpverleners geweigerd te worden is eveneens groot. Die hulpverleners zullen op LinkedIn, Facebook of Instagram gegarandeerd een Palestijns-vriendelijk-bericht geliked hebben. Of misschien hebben ze wel meegelopen in de tocht om “een rode lijn” te trekken. Als hulporganisatie heb je te wikken en wegen over het morele dilemma “ga ik hulpverlenen voor mensen in nood” of “ga ik de privacy van mijn medewerkers schenden”? Deal ik met “de vijand” of laat ik mensen in nood in te steek?

AP: hulporganisaties klem door Israëlische plicht tot leveren persoonsgegevens | Autoriteit Persoonsgegevens

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply